Albertus Johannes Knipmeijer werd in 1912 in Hoogeveen geboren. Hij deed de ULO en een boekhoudkundige opleiding. In 1932 trad hij in dienst van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). Toen de Noordoostpolder droogviel in 1941 verhuisde hij met de RIJP naar Kampen. In de oorlog ving hij onderduikers op door ze aan te nemen als polderwerkers. Zo ontstond het grootste onderduikershol in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Ook zette Knipmeijer wapendroppings op touw in de NOP. Twee razzia’s in 1944 maakten een einde hieraan en Knipmeijer moest zelf onderduiken. Hij werd commandant van een knokploeg die vanuit Kampen verzetsacties uitvoerde. In 1948 vertrok hij bij de RIJP en ging als hoofdvertegenwoordiger werken bij wijnhandelaar Siebrand. Knipmeijer stierf in 1971.